medisch-banner.jpg

Alles over AA / PNH

Inentingen na de transplantatie

Ongeveer 90 tot 95 procent van de bevolking heeft als kind de waterpokken gehad. In de meeste gevallen ontwikkelen mensen immuniteit voor de ziekte zodat zij als volwassene beschermd zijn. Voor mensen die een allogene stamceltransplantatie hebben gehad, ligt dat echter anders.

Voorafgaand aan de transplantatie is het noodzakelijk het afweersysteem plat te leggen om de donorstamcellen de kans te geven zich te nestelen. Hierdoor is het onvermijdelijk dat de immuniteit die is opgebouwd, deels of geheel verloren gaat. Immers, de bestraling vernietigt de T-lymfocyten en de geheugen T-cellen die de gegevens van de overwonnen virussen bij zich dragen. Daarom moet je kort na de transplantatie contact met kleine kinderen zo veel mogelijk vermijden. Een jaar na de transplantatie krijg je opnieuw de DKTP-prik die je als ook kind hebt gehad, en een inenting tegen een vorm van longontsteking, omdat dit vaker voorkomt bij mensen met een verlaagde weerstand.

Waarom geven ze geen inentingen direct na de transplantatie?

Het is in het eerste stadium na de transplantatie gevaarlijk om de injecties te geven. Een standaard inenting bestaat uit het verzwakte virus waar het lichaam zelf antistoffen tegen gaat maken. Het proces van het maken van antistoffen vindt plaats bij de T-lymfocyten die het virus eerst moeten onderzoeken voor ze de specifieke antistoffen kunnen produceren. De geheugen T-cellen slaan de gegevens van het virus op en kunnen dan snel ingrijpen bij een mogelijke echte besmetting.

Na de transplantatie is je lichaam verzwakt en worden de processen bovendien geregeld door een hoge dosering medicijnen. Je eigen T-lymfocyten zijn vernietigd of in conflict met de T-lymfocyten van de donor. Het materiaal dat gemaakt is door de donorstamcellen moet eerst wennen aan de nieuwe, onbekende - dus vijandige - omgeving. In dit beginstadium is de afweer hoofdzakelijk gericht tegen het lichaam waarin het zich bevindt. Als het virus niet snel genoeg vernietigd wordt, kan het aansterken en gevaarlijk worden. Het is daarom beter te wachten tot de situatie stabieler is geworden.

Er is echter een andere manier om in te enten: het injecteren van de antistoffen tegen het virus in plaats van het verzwakte virus zelf. Dit wordt alleen gedaan als het verzwakte virus geen optie is en er haast bij is. Zo kun je vervroegd een tetanusinjectie krijgen als je met open wonden in aanraking komt met straatvuil, bijvoorbeeld als je valt. Dit lijkt een goede standaardoplossing voor mensen die een stamceltransplantatie hebben gehad. De vraag is hoeveel haast er is bij deze inentingen. Het toedienen van antistoffen heeft niet de voorkeur omdat het lichaam zelf geen actie onderneemt tegen het virus. De virusinjectie geeft meer zekerheid van immuniteit. Daarbij kan het zijn dat de antistoffen zich niet staande houden in het lichaam dat onderhevig is aan afbraak en opbouw onder invloed van medicatie.

Binnen het eerste jaar na de transplantatie spelen de acute en de eventueel chronische vorm van GvHD op. Daarna is de situatie stabieler en verwacht men geen verdere complicaties. Ongeveer een jaar na de transplantatie krijgt je daarom opnieuw de inentingen.

Hoe zit het met de BMR-prik?

De BMR-prik dient men niet toe zolang je nog aan de afweer onderdrukkende medicijnen zit. Het lichaam is dan niet in staat een goede afweer te ontwikkelen tegen de verzwakte virussen en je kunt ziek worden van de inenting. Hoef je geen medicijnen meer te slikken? Dan kun je ervoor kiezen deze vaccinatie alsnog te halen.

Net als bij kleine kinderen is inenten niet verplicht. Doordat vrijwel iedereen de inentingen heeft gehad, is de vaccinatiegraad hoog. De kans is dus erg klein dat je in aanraking komt met het iemand die het virus bij zich draagt. Toch wordt er erg gewaarschuwd bij zwangerschap. De eventuele inenting moet minstens vier weken voor het begin van de zwangerschap worden gegeven omdat het virus kan worden overgedragen op de baby. Ook wordt aangeraden te wachten met de inenting als je koorts of een infectie hebt. De verzwakte virussen bof, mazelen en rode hond zijn duidelijk agressiever dan difterie, kinkhoest, tetanus en polio, en een optimale afweer is daarom vereist.

Waarom krijgen we geen inenting tegen de waterpokken?

De geleerden zijn hier nog over in discussie. Op dit moment wordt niet inge├źnt. De complicaties die de ziekte met zich meebrengt zijn bij volwassenen extremer dan bij kinderen. Ontstekingen kunnen zich eerder voordoen in met name de longen, de keel, de oren en de voorhoofdholte. Ook kunnen er bloedingen ontstaan. Dit lijkt op het eerste gezicht verontrustend maar het is eenvoudig te voorkomen met medicatie. En in de meeste gevallen staat dit antivirale middel al op je lijst. Onder andere Aciclovir is een doeltreffend medicijn om de waterpokken te voorkomen of te genezen. Aciclovir gebruik je in de meeste gevallen tot de Neoral (ciclosporine) volledig is afgebouwd. Tegen die tijd kan het zijn dat je de waterpokken al hebt gehad zonder dat je dat in de gaten had. Zo niet, misschien zijn de geleerden inmiddels tot het besluit gekomen om toch een inenting te geven. En anders is er altijd nog Aciclovir.