Zoeken

Veranderingen bij de patiënt

Het uiterlijk

Afhankelijk van de behandeling kan het uiterlijk van de patiënt veranderen. Dit soort veranderingen kan zowel voor de patiënt als ook voor vrienden en familie reden zijn zich zorgen te maken.

Aan de aanblik van een geliefde persoon die vastzit aan kabels moet men eerst wennen. Echter de voordelen wegen hier tegen de nadelen op, omdat de patiënt nu niet elke keer opnieuw geprikt hoeft te worden, bijvoorbeeld bij het krijgen van bloedtransfusies, maar ook bij het afnemen van bloed voor een onderzoek.

Het verlies van het haar ten gevolge van chemotherapie en bestraling, kan moeilijk te verdragen zijn. Het is het zichtbare bewijs, dat de patiënt die er verder normaal uitziet, ernstig ziek is. Maar probeert u het positief te zien: een kaal hoofd geeft minder werk bij het wassen, hoort bij het normale op deze ziekenhuisafdeling, en de haren zullen later weer gaan groeien.

Het gedrag

Als de ziekenhuisopname lang duurt, wordt de patiënt misschien depressief of opstandig. Accepteer dit gedrag als normaal en doe moeite het te overwinnen. Houd positieve vooruitzichten voor ogen, zoek iets waarover men kan lachen en laat u zich door iemand ondersteunen, waarmee de patiënt goed kan opschieten. Een maatschappelijk werker of kinderspecialist is ook geschikt om zich om een patiënt te bekommeren, die i.v.m. de lange opnameduur gefrustreerd is geraakt.

Gedragspatronen in het normale leven - zonder ziekte - verschillen van gezin tot gezin. Het is belangrijk in het ziekenhuis deze gedragspatronen, die voor thuis belangrijk zijn, zoveel mogelijk, in het bijzonder voor kinderen, aan te houden. Dit kan de patiënt een houvast bieden. Gewoonlijk nemen kinderen de continuïteit van wat van hen wordt verwacht en de beperkingen die aan hen worden opgelegd dankbaar aan.

Tieners/pubers

Hoewel alle patiënten en familieleden een ziekenhuisopname tot op zekere hoogte vervelend vinden, treft het de kinderen op tienerleeftijd nog het hardst. De puberteit is gewoonlijk een fase, waarin de kinderen loskomen van het gezin en hun zelfvertrouwen en het vertrouwen in een eigen vriendenkring ontwikkelen. Als de tiener tijdens deze fase ziek wordt, is hij/zij gedwongen verder op het gezin en het medisch personeel te vertrouwen in plaats van zich los te koppelen. De kwaadheid over deze afhankelijkheid richt zich vaak tegen het gezin van de patiënt en het kan moeilijk zijn deze te overwinnen.

Probeert u zich de oorzaak voor ogen te houden, wanneer de tiener zijn/haar kwaadheid op u afreageert. Hij /zij vertrouwt u en weet dat uw liefde er blijft, wat er ook moge gebeuren. Uw tiener kan er namelijk niet vanuit gaan dat zijn moeilijke gedrag door het ziekenhuispersoneel geaccepteerd gaat worden. Indien nodig kunt u het ziekenhuispersoneel om ondersteuning vragen. Opstandigheid kan bij elke patiënt - kind, jeugdige of volwassene - optreden, omdat men bij een ernstige ziekte de controle verliest. U kunt dit gevoel van machteloosheid enigszins veranderen door te kijken of er situaties zijn die de patiënt wel zelf kan beïnvloeden. De patiënt heeft er bijvoorbeeld geen invloed op of hij verzorgd wordt of oefeningen moet doen, maar hij kan zelf bepalen, wanneer hij dit doet. Patiënten en ouders moeten daarover met het ziekenhuispersoneel praten en daardoor situaties creëren, die zich binnen de controle van de patiënt bevinden.

Goed zorgen voor u zelf is geen luxe

Als u bij uw kind op de ziekenhuiskamer verblijft, dan zult u vast en zeker een stukje privésfeer moeten inleveren. Bij de uitvoering van de zorg zal de verpleegkundige vaak de ruimte moeten betreden, waar de patiënt verblijft. Verlaat af en toe de ziekenkamer; zodoende ontsnapt u even aan de stress van het ziekenhuis. Als u uw kind niet alleen wilt laten, dan vraagt u het beste een goede vriend of ander familielid, of die u tijdens de pauze af kan lossen. In de meeste ziekenhuizen is er kinderoppas die vaker per dag voor een korte periode ter beschikking staat. U zult zich dan niet schuldig voelen als u uw kind alleen laat.

Maar als u zich niet ontspant en niet regelmatig in de buitenwereld komt, zult u van dag tot dag slechter met de bestaande situatie om kunnen gaan. Het is gezonder voor u en uw kind, als u niet constant bij elkaar bent. U kunt even gaan winkelen, fitnessoefeningen doen, vrienden bezoeken, `s middags of `s avonds uit eten of naar de film gaan. Dit kan veel energie opwekken. U zult het ook als nuttig beschouwen, als u af en toe naar huis gaat, en de stad verlaat als u van buiten de stad komt.

Als uw kind ouder is, zullen vele ziekenhuizen u `s nachts niet laten overblijven. Voelt u zich niet schuldig, als u ´s nachts weggaat of overdag korte tijd niet aanwezig bent. Het is absoluut noodzakelijk, dat u zo normaal mogelijk eet en slaapt. U kunt niet bij uw kind zijn, als u zelf ziek bent geworden.

U zult misschien vaker van familie of vrienden te horen krijgen: “Ik begrijp niet dat jij zo sterk kunt zijn.” U voelt zich misschien niet zo sterk, maar toch bent u het, want u móet het zijn. Uw kind heeft het al moeilijk genoeg en is op uw hulp aangewezen. Als u door de constante spanningen moe bent en wilt huilen of schreeuwen, vlucht dan voor een tijdje naar een andere plek. Als u een slechte dag heeft, dan kan het een opluchting zijn, dit te uiten. Patiënten kunnen dit accepteren - ze hebben dit wel vaker meegemaakt, voordat de ziekte er was. Eerlijkheid over uw gevoelens helpt de patiënt te begrijpen dat u zich niet over iets opwindt, wat hij/zij gedaan heeft en dat u niets voor hem/haar verbergt. En de patiënt vindt misschien een weg om u op te beuren.