Zoeken

medisch-banner.jpg

Erytrocytentransfusie

De erytrocytentransfusie is de meest voorkomende bloedtransfusie.

Bij sommige patiënten blijft het hemoglobinegehalte (ijzergehalte), zelfs al krijgen ze staalpillen en foliumzuur toegediend, zo laag dat een bloedtransfusie noodzakelijk is. Dit is niet alleen afhankelijk van de hoogte van het hemoglobinegehalte maar ook van de reactie van een patiënt daarop, dit verschilt namelijk per geval.

Reacties op een te laag Hb gehalte zijn bijvoorbeeld:

  • duizeligheid
  • hartklopping
  • extreme moeheid
  • kortademigheid

Een bloedtransfusie vindt plaats tijdens een dagopname in het ziekenhuis.

Bloedgroep en kruisproef van belang

Een bloedtransfusie is alleen mogelijk als ontvanger en donor dezelfde of een uitwisselbare bloedgroep hebben, omdat anders gevaarlijke afweerreacties kunnen optreden.

Daarom wordt vóór de bloedtransfusie de bloedgroep van de patiënt bepaald. Hierna wordt de kruisproef gedaan. Bij de kruisproef worden rode bloedcellen van de patiënt geïncubeerd met serum van de donor, en andersom. Treedt hierbij samenklontering op (door aanwezigheid van antistoffen in een van beide serums gericht tegen cellen van de andere persoon), dan is transfusie niet mogelijk.

Erytrocyten kunnen tot 5 weken bij 2-6ºC worden bewaard. Een zakje bloed brengt het Hb gehalte met 0,5 omhoog, In een zakje bloed zit 300 ml aan rode bloedcellen en een antistollingsmiddel.

Een selectie van bloedbestanddelen

Als het er om gaat, het tekort aan rode bloedcellen te verhelpen, wordt er nog zelden volbloed aan de patiënt gegeven. Men krijgt precies die bestanddelen die hij of zij nodig heeft. De bedoeling is, dat de meeste witte bloedcellen, bloedplaatjes en het plasma verwijderd worden en dat er een concentraat van rode bloedcellen overblijft. Er zijn PNH patiënten die regelmatig een erytrocytentransfusie ontvangen. Zij gaan vaak afweerstoffen vormen tegen de witte bloedcellen die nog in het rode-bloedcelconcentraat aanwezig zijn. Hierdoor kunnen op een gegeven moment de donorcellen af gaan breken en de patiënt kan hoge koorts krijgen. Het is dus belangrijk om patiënten die langdurig van bloedtransfusies afhankelijk zijn, te behandelen met bloedproducten die geen of zeer weinig leukocyten bevatten.

Hoe jonger je bent, des te sneller kan het bloed via het infuus ingedruppeld worden. Bij jonge mensen duurt dit ongeveer 1,5 uur per zakje. Vaak wordt halverwege het toedienen van het bloed het middel Lasix gegeven. Dit is een plasmiddel, om het vocht sneller af te voeren.

In de meeste gevallen merken de patiënten in de loop van de volgende dagen een verbetering, er zijn echter patiënten die zich meteen al beter voelen.

Leeftijd rode bloedcel

Rode bloedcellen leven ongeveer 120 dagen. De cellen die toegediend worden hebben een gemiddelde levensduur van ongeveer 50 dagen. De ene cel is namelijk al 100 dagen oud en de andere net 2 dagen.
Helaas is er nog geen mogelijkheid om alleen de rode bloedcellen eruit te halen die een paar dagen oud zijn. In dat geval zou de patiënt namelijk pas over 120 dagen weer een transfusie nodig hebben.