Zoeken

medisch-banner.jpg

Medische gevolgen

Graft-versus-Host Disease (GvHD)

Bij Stamceltransplantatie is de kans groot op een omgekeerde afstoting of wel de Graft-versus-Host Disease. Dit is een ziekte waarbij het beenmerg van de donor (Graft) zich tegen (versus) de ontvanger (Host) keert. GvHD wordt veroorzaakt door de T-lymfocyten (een bepaald type witte bloedcel), die weefselkenmerken van de ontvanger als vreemd herkennen. De T-lymfocyten worden dan actief en vallen de weefsels van de ontvanger aan. Het risico op GvHD wordt kleiner door de meeste T-lymfocyten uit het transplantaat te verwijderen, maar dan is de kans weer groter dat de verkeerde cellen weer de kop opsteken. In feite is een milde vorm van GvHD een goed teken, want dat geeft aan dat de transplantatie aanslaat.

Om de GvHD te voorkomen of te verminderen wordt er na de transplantatie Prednison, Cellcept en Neoral (Ciclosporine) voorgeschreven. Tegenwoordig geven als voorzorg de combinatie Methotrexaat en Ciclosporine goede resultaten. Deze onderdrukken niet alleen de GvHD, maar ook het hele afweersysteem van de ontvanger, waardoor vatbaarheid voor infecties toeneemt.

Deze zogenaamde omgekeerde afstotingsziekte, de graft-versus-host ziekte (GvHD), richt schade aan in de huid, de lever en het maag-darmkanaal. De ziekteverschijnselen zijn koorts, roodheid van en bobbeltjes op de huid, sterke vermagering, braken, pijn in de leverstreek, buikloop, vermindering van de traanproductie en voortdurende hoest. De diagnose kan worden bevestigd door een huidbiopsie te nemen.

Lees over nieuwe bevindingen onder Nieuwe ontwikkelingen.

Lichttherapie kan helpen in de strijd tegen de GvHD. De ervaringen met UVA1-en UVB-lichttherapie zijn echter wisselend. Resultaten zijn niet altijd even duidelijk, maar sommige mensen zijn uitgesproken positief over lichttherapie.


Lokale Graft-versus-Host Disease (GvHD) en serumziekte

Lastig te behandelen en het meest frustrerend is een lokale GvHD, bijvoorbeeld in de mond; hierdoor kan eten en praten moeilijk gaan. Dit kan heel lang duren en zeer ernstig zijn. De mond spoelen blijkt in die gevallen heel belangrijk te zijn. Middelen als Rituximab (of Mab Thera) kunnen wellicht helpen. Een graft-reactie is een reactie van de T-cellen (soort afweercellen) van de donor, terwijl Rituximab ingrijpt op de B-cellen (antilichaampjes die ook betrokken zijn bij de bestrijding van infecties). Hoe het precies werkt, begrijpt men echter nog niet. Rituximab geeft echter minder bijwerkingen dan hoge doseringen Prednison.

Ook kan men last van serumziekte krijgen. Men heeft dan last van huiduitslag, irritatie aan de ogen, vuurrode handpalmen, voeten en ook de schaamstreek kan vuurrood zijn.


GvHD afhankelijk van soort transplantaat

Bij een transplantaat van de donorbank worden extra maatregelen getroffen en T-cellen stilgelegd. Hierdoor treedt ook minder GvHD op. Bij een familiedonor treedt in ongeveer vijftig procent een meer of minder ernstige vorm van GvHD op.

Men spreekt van een acute GvHD als deze binnen drie maanden na de stamceltransplantatie optreedt. Mensen met ernstige GvHD die niet reageren op de gebruikelijke behandeling - onder andere corticosteroïden in hoge dosering - hebben uiterst sombere vooruitzichten (overlevingskans <10 procent). Ook kan de GVHZ chronische vormen aannemen, de omgekeerde afstoting is dan na drie maanden nog actief of treedt pas op dit tijdstip op.


Veno-occlusive disease van de lever (VOD)

VOD is een zeldzame complicatie na een allogene stamceltransplantatie. Als VOD optreedt, gebeurt dit vrijwel altijd binnen drie tot vier weken na de transplantatie. De oorzaak van VOD is dat er, als gevolg van de chemotherapie en bestraling, schade is opgetreden aan de binnenbekleding van de kleine bloedvaatjes in de lever.

De verschijnselen van VOD zijn pijn in de rechter bovenbuik en soms een vol gevoel, door een vergrote en pijnlijke lever. Andere verschijnselen zijn geelzucht en het vasthouden van vocht. VOD komt iets vaker voor als er voorafgaand aan de transplantatie al gestoorde leverfuncties waren. Om VOD in een vroeg stadium op te sporen wordt regelmatig bloedonderzoek gedaan en zal de arts regelmatig de buik onderzoeken om de grootte van de lever vast te stellen.

Als VOD optreedt, kan de behandeling bestaan uit een vochtbeperking, extra eiwittoediening (albumine), extra bloedtransfusies en een middel om meer vocht te laten uitplassen. Soms wordt een middel gegeven dat de bloedstolling sterk remt.

VOD kan restloos genezen, maar ook blijvende schade aanrichten. De behandelend arts geeft hierover informatie.


Vaccinatie

Een jaar na de beenmergtransplantatie is het noodzakelijk in oktober een griepprik te halen én zich te laten vaccineren voor:

  • DTP
  • Pneumokokken
  • Meningites C

De reden is dat je door de stamceltransplantatie al je inentingsstoffen kwijtraakt.

Lees meer >>