Zoeken

medisch-banner.jpg

Behandelingen

Mensen met een milde of matige aplastische anemie (AA) hebben vaak geen behandeling nodig, zolang zij er niet te veel last van ondervinden. Bij een (zeer) ernstige AA is dringend behandeling nodig omdat de situatie levensbedreigend kan zijn door infecties en bloedingen. Via beenmergonderzoek wordt de ernst van de AA vastgesteld.

Behandelingen met behulp van bloedtransfusies en medicijnen zijn erop gericht complicaties te voorkomen of te beperken, en de symptomen te verlichten. Genezing van AA is alleen mogelijk door een stamceltransplantatie.

(Zeer) ernstige aplastische anemie*

Er bestaan twee soorten behandeling die bij een (zeer) ernstige AA de beenmergfunctie kunnen herstellen:
1. stamceltransplantatie
2. afweer onderdrukkende therapie, zogenaamd immuunsuppressieve therapie (IST)

Voor de keuze van de behandeling van AA kijkt de arts welke behandeling het beste bij de persoon past. Hierbij houdt hij/zij rekening met:

  • de ernst van de aplastische anemie
  • de beschikbaarheid van een goede stamceldonor
  • de leeftijd van de patiënt
  • de conditie van de patiënt
Stamceltransplantatie

Bij jonge, fitte mensen (globaal onder de 40 jaar) heeft stamceltransplantatie (SCT) de voorkeur omdat dit de beste kans biedt op definitieve genezing. Het gaat hier om transplantatie van bloedvormende stamcellen. Het internationale advies is om deze stamceltransplantatie als eerstekeusbehandeling alleen toe te passen indien de patiënt over een verwante donor beschikt (broer of zus). Als leeftijdsgrens wordt in de verschillende richtlijnen ook 40 jaar gebruikt. Er is echter ruimte om de mogelijkheden van een SCT te bespreken met mensen tot 50 jaar zonder andere aandoeningen én met een verwante donor.
Lees meer over stamceltransplantatie >>

Afweer onderdrukkende therapie

Voor immuunsuppresieve therapie (IST) - waarbij de eigen afweer kortdurend wordt uitgeschakeld - kiest men doorgaans in de volgende situaties:

  • bij een jongere waarvoor geen verwante donor beschikbaar is (broer of zus)
  • bij een oudere mensen (globaal boven de 40 jaar)
  • bij mensen die vanwege hun conditie niet in aanmerking komen voor stamceltransplantatie

De behandeling is gericht op de vermoedelijke oorzaak van AA, namelijk een te heftige reactie van de eigen afweercellen (lymfocyten) tegen de bloedaanmakende stamcellen. Dit medicijn schakelt de lymfocyten lange tijd uit; het zorgt er voor dat het lichaam niet langer de eigen cellen aanvalt en vernietigt. Dit medicijn is een soort antistof die gemaakt is bij een dier (paard of konijn). Het middel dat bij voorkeur wordt gebruikt is ATG-paard of ATGAM. ATGAM is bij ongeveer 60 procent van de mensen effectief.
Er zijn weinig (directe) complicaties. Ondanks aanslaan van de behandeling kan AA terugkomen of kan een andere beenmergziekte ontstaan.

ATGAM wordt toegediend in combinatie met ciclosporine, dat het afweersysteem onderdrukt en ontstekingen remt. Bij oudere mensen die conditioneel de ATG-kuur mogelijk niet aan kunnen, kan ook uitsluitend het medicijn ciclosporine toegediend worden.

Lees meer over ATG / ATGAM >>

ATGAM wordt gedurende een aantal dagen via een infuus gegeven; ciclosporine dient men minimaal zes maanden te nemen, in tabletvorm.
Lees meer over de behandeling in de informatiebrief van het LUMC >>


*Bron: Richtlijn aplastische anemie (2013), website Nederlandse Vereniging voor Hematologie.
Omdat ieder ziektebeeld uniek is, kan de behandelend arts besluiten af te wijken van de aanbevelingen in de richtlijn.


Wat als ATGAM niet werkt?*

Als de behandeling met ATGAM niet aanslaat, wil dat zeggen dat er geen verbetering van de bloedwaarden wordt gezien. Overwogen kan worden:

* Patiëntendag, 24 september 2016 (dr. Halkes)


Lees meer over: